Numeroteur
Met dit programma kan de numeroteur-functie, waarmee binnen Relatiebeheer voor
attributen automatisch kan worden genummerd, worden onderhouden.
Wanneer bij de standaardwaarde van een attribuut de waarde 'NUM' is ingevuld
zal in het onderhoudsprogramma van relatiebeheer bij het invullen van het
betreffende attribuut met de functietoets standaard automatisch door
het systeem het eerstvolgende nummer worden ingevuld.
Voor attributen met een nummer hoger dan attribuutnummer 0001.00 kunnen de
waarden van de numeroteur per relatie apart worden opgeslagen en bewaard.
| Veld | Type | Lengte |
| Attribuutnummer | N | 7 |
| Relatienummer | A | 12 |
| Nummer | N | 12 |
| Laagste nummer | N | 12 |
| Hoogste nummer | N | 12 |
| Stap | N | 12 |
| Call programma | A | 12 |
- attribuutnummer
Hier moet het attribuutnummer worden opgegeven waarvan de waarden van de
numeroteur gewijzigd dienen te worden. Indien hier een vraagteken wordt
ingevuld dan wordt een overzicht van de bestaande numeroteur koppelingen
aan de gebruiker getoond.
Wordt achter het vraagteken nog een letter 'I',[attribuut], meegegeven
dan krijgt de gebruiker een overzicht van alle bestaande attributen en
kan hieruit een attribuut worden geselecteerd. Standaard worden de
attributen getoond op volgorde van label.
Middels het intoetsen van een 's' na het tonen van het informatiescherm, kan
men ook kiezen voor een volgorde op nummer.
Heeft men per relatie meerdere numeroteurs opgegeven, dan kan men middels
de '?'-functie, de ingegeven relatienummers per attribuut opvragen.
- relatienummer
Voor attributen met een nummer hoger dan attribuutnummer 0001.00 kan de
waarde van de numeroteur per relatie vasthouden. Wijzigingen in de nummering
dienen hiervoor per relatie te worden doorgevoerd.
- nummer
Bij het veldnummer staat de waarde van het laatste door het systeem
gegenereerde nummer dat voor de betreffende relatie en het attribuut is
uitgegeven. Indien niet gevuld, zal de standaard met het
nummer 0 worden gestart.
- laagste nummer
Wanneer tijdens het automatisch nummeren het hoogste nummer is bereikt,
wordt door het systeem het nummeren opnieuw gestart vanaf het hier ingevulde
nummer. Is het nummer nog niet door de gebruiker ingevuld, zal hier
standaard de waarde 1 worden ingevuld.
- hoogste nummer
Wanneer het door het systeem bereikte nummer groter is dan het 'hoogste
nummer' wordt het nummeren opnieuw gestart met de waarde die is ingevuld
bij het veld 'laagste nummer'. Is het 'hoogste nummer' niet ingevuld dan
zal deze waarde door het systeem worden berekend door de ingavelengte van
het attribuut te gebruiken in de formule (10lengte-1).
- stap
In dit veld kan de stapgrootte worden gedefinieerd waarmee tijdens het nummeren de
laatste waarde moet worden verhoogd om het volgende nummer vast te stellen.
- call programma
Bij dit veld kunt u aan het systeem kenbaar maken, dat het eerstvolgende vrije nummer wordt geregeld door een zogenaamd call programma van een andere module.
Zo'n externe module moet dan wel door een programmeur geschreven zijn.
Wanneer het 'NUM' commando in een attribuut aanwezig is zonder dat met het
programma NUMEROTEUR de hiervoor verschillende start en eindwaarde zijn
ingevuld, zullen deze afhankelijk van de ingavelengte van het attribuut,
automatisch door het systeem worden ingevuld. Het nummer wordt hierbij op 0
gesteld, de startwaarde wordt op 1 gesteld, de eindwaarde wordt bepaald door
de ingavelengte met de formule (10ingavelengte -1) en de stapgrootte komt
op 1 te staan.
Terug naar relatiebeheer menu