Een tabel kan men beschouwen als een simpel bestand. Men kan er kodes in bewaren en de bijbehorende omschrijvingen. Het aanmaken van een tabel verloopt in twee stappen. Van beide wordt hieronder een voorbeeld gegeven:
| Parameter | Waarde |
|---|---|
| Tabelsoort (meer het tabelnummer) | 850 |
| Tabelnaam | MELDING- EN AFHANDELINGKODES |
| Key datatype | A |
| Key lengte | 6 |
| Veld lengte | 40 |
| Parameter | Waarde |
|---|---|
| Tabelsoort | 850 |
| Kode | SCHADE |
| Omschrijving | Beschadigd produkt |
| Als men, zoals hier, kodes met letters gebruikt, is het zaak om na te denken over wat men ingeeft. Bij de vastlegging van attributen kan men straks opgeven of de ingegeven waarde in een scherm bijvoorbeeld naar hoofletters moet worden omgezet of niet. Als men inderdaad straks kodes in hoofdletters wenst te gebruiken, moet men de kodes hier vast in hoofdletters ingeven. | |
Over het algemeen verdient het de voorkeur om kodes met letters te gebruiken, omdat men:
Het is verder aan te raden om de kode niet te lang te maken, anders krijgen gebruikers problemen met het onthouden van de kode. U onthoudt tenslotte zelf ook makkelijker een nummer van drie cijfers dan een telefoonnummer. Een lengte van zo'n vijf à zes posities is normaal gesproken geen probleem.