SQL Referentie

AND
Wordt in combinatie met het commando WHERE gebruikt om te bepalen aan welke criteria de gegevens moeten voldoen om geselecteerd te kunnen worden voor het overzicht.
ASC
Dit commando wordt gebruikt in combinatie met het commando ORDER BY en een attribuut en geeft aan dat het overzicht oplopend moet worden gesorteerd op volgorde van het betreffende attribuut.
COLUMN
Met dit commando kan voor een attribuut de layout van de betreffende kolom in het overzicht worden aangepast.
DELETE
Wordt in combinatie met het commando WHERE en FROM om records te verwijderen. Voorbeeld: verwijder alle relaties binnen relatiebeheer waarvan het landcodenummer gelijk is aan nummer 35.
    DELETE FROM attributen
      WHERE landcode =35

Het commando DELETE kan alleen gebruikt worden binnen de SQL-editor en niet binnen de overzichten generator.

DESC
Dit commando wordt gebruikt in combinatie met het commando SORT BY en een attribuut en geeft aan dat het overzicht aflopend moet worden gesorteerd op volgorde van het betreffende attribuut.
DOCUMENT
Na dit commando kan een willekeurige tekst worden ingegeven, waarmee bijvoorbeeld de procedure wordt toegelicht. De tekst achter dit commando moet worden afgesloten met een hekje (#).
FORMAT
Met dit commando kan de breedte van de kolom voor een bepaald attribuut afwijkend worden ingesteld.
FROM
Met dit commando wordt aangegeven uit welke database (gegevensverzameling) de gegevens voor de genoemde attributen moeten worden opgehaald.
HEADING
Wanneer tekst die boven de kolom moet staan onbekend is of niet juist, kan met dit commando deze tekst worden bepaald.
LIKE
Met dit commando kan een woord of gedeelte ervan in een tekst worden op opgezocht. Dit commando mag ook gebruikt worden in combinatie met een '*' asterisk en/of '?' vraagteken. Een '*' geeft aan dat de karakters na dit teken niet meer van belang zijn voor de selectie. Een '?' geeft aan dat alleen het karakter op de plaats van het '?' niet van belang is. Bij het LIKE commando is het niet van belang bij alfanumerieke velden of deze met hoofd- en/of kleine letters zijn ingevuld.
NOPRINT
Het gebruik van dit commando onderdrukt het tonen van de betreffende kolom in het overzicht.
OR
Wordt in combinatie met het commando WHERE gebruikt om te bepalen aan welke criteria het gegeven van een attribuut moet voldoen om geselecteerd te kunnen worden voor het overzicht.
ORDER BY
Met dit commando kan worden aangegeven op welke volgorde het overzicht moet worden gesorteerd, alvorens het wordt afgedrukt.
PROMPT_FOR
Met dit commando kan worden aangegeven dat het systeem tijdens de uitvoer van de SQL-procedure om een of meer ingaven dient te vragen. Dit kan zowel worden gebruikt voor waarden van attributen als voor operatoren. Bij de uitvoer van de SQL-procedure worden dus pas de definitieve voorwaarden bepaald.

Voorbeeld 1:

    SELECT nummer, naam adres, postcode, plaats
      FROM ATTRIBUTEN
      WHERE nummer > PROMPT_FOR
Tijdens de uitvoer van de SQL-procedure zal het systeem vragen waarna het nummer groter moet zijn.

Voorbeeld 2:

    SELECT nummer, naam adres, postcode, plaats
      FROM ATTRIBUTEN
      WHERE nummer >PROMPT_FOR  PROMPT_FOR
Tijdens de uitvoer van de SQL-procedure zal het systeem vragen waaraan het nummer moet voldoen en wat de voorwaarde is (groter (of gelijk) aan, kleiner (of gelijk) aan, gelijk aan, bevat argument).

Het PROMPT_FOR commando kan alleen binnen de SQL-editor worden gebruikt en niet binnen de overzichten generator.

SELECT
Dit commando gaat vooraf aan de attributen die voor het overzicht dienen te worden geselecteerd.
UPDATE
Wordt in combinatie met het commando SET en het commando WHERE gebruikt om velden van records te wijzigen.

Voorbeeld : Wijzig van alle relaties waarvan de landcodenummer gelijk is aan 35 in 31.

    UPDATE attributen
      SET landcode = 31
      WHERE landcode = 35

Het commando UPDATE kan alleen gebruikt worden binnen de SQL-editor en niet binnen de overzichten generator.

SET
Wordt gebruikt in combinatie met het commando UPDATE gebruikt, om aan velden nieuwe waarde toe te kennen. Het commando SET kan alleen gebruikt worden binnen de SQL-editor en niet binnen de overzichten generator
WHERE
Met dit commando kan worden aangegeven waaraan het bij dit commando genoemde attribuut moet voldoen om op het overzicht te worden afgedrukt.
WORD_WRAPPED
Wanneer het gegeven van een attribuut langer is dan de breedte van de kolom waarin het moet worden afgedrukt, dan zal het gegeven op de laatste spatie voor het einde van de kolom worden afgehakt. Het restant wordt op dezelfde wijze op de daarna volgende regels afgedrukt. Is er op een regel geen spatie aanwezig dan wordt het gegeven op het einde van de kolom afgehakt.
WRAPPED
Wanneer het gegeven van een attribuut langer is dan de breedte van de kolom waarin het moet worden afgedrukt, dan zal het gegeven op het einde van de kolom worden afgehakt en zal het restant op de volgende regel worden afgedrukt.


Terug naar relatiebeheer menu