Om te beginnen kunnen er makkelijk misverstanden ontstaan over wat precies een tabel is. Programmeurs in derde generatie talen (bijvoorbeeld COBOL en BASIC) spreken van een tabel als de gegevens in het computergeheugen worden opgeslagen en van bestanden, bestaande uit records met velden, als de gegevens op de (harde) schrijf wordt bewaard. Een tabel is beperkt houdbaar. Als het programma afgelopen is, is de tabel weer vertrokken. Tegenwoordig spreekt men in databaseprogramma's niet meer van bestanden, maar noemt men alles tabellen, met rijen (=records) vol kolommen (=velden). Die tabellen worden echter op schijf opgeslagen. Eenmaal daar beland, spreekt men plotseling weer wel van bestanden, maar zo'n bestand kan een vergaarbak zijn van meerdere tabellen. Zo kan men in MS-Access binnen een applicatie meerdere tabellen gebruiken, maar al die tabellen worden bij elkaar op schijf bewaard in één bestand met de extensie '.mdb'.
En hoe zit dat nu bij relatiebeheer? Wel, iets anders. Relatiebeheer kent binnen zijn programma's bestanden èn permanente tabellen . Deze tabellen worden verzameld in één bestand (AKBF76). Elk record binnen dat bestand vormt een tabel-element, en elk element bestaat uit drie velden:
Zodoende kan relatiebeheer makkelijk voorspellen dat als er een omschrijving bij een element moet worden gezocht, veld drie de aangewezen kandidaat is. Voor alle tabellen wordt tenslotte dezelfde opbouw gebruikt.