Bestanden
In verband met onder andere het onderhoud van gegevens in de bestanden van
de modules moeten deze bestanden in de data dictionary worden
beschreven met dit programma.
Men hoeft dit programma alleen te gebruiken als
men bestanden uit externe modules benaderbaar wenst te maken voor
relatiebeheer.
In dat geval vormt dit programma overigens slechts
de eerste stap. In totaal heeft men
met drie verschillende stappen te maken:
- het aanmaken van bestanden (dit programma dus)
- het aanmaken van bestandsindelingen
- het koppelen van attributen aan velden.
De volgende velden moeten worden ingegeven:
| Velden | Type | Lengte | Toegestane waarden |
| Gegevensgroep | A | 6 | |
| Omschrijving | A | 30 | |
| Sleutelvelden | A | 30 | |
| Module | A | 6 | |
| Bestand | A | 12 | |
| Field-separator | A | 1 | J,j,N,n |
| Call programma | A | 12 | |
- gegevensgroep
Hier wordt de naam van een gegevensgroep ingegeven. Deze logische naam mag
afwijken van veld 5, 'bestand', zijnde de fysieke naam van het bestand zoals
dit op het systeem aanwezig is.
Dit is bedoeld om ook bestandsnamen met meer dan zes karakters aan
te kunnen en meerdere recordsoorten in een en hetzelfde bestand.
Meerdere gegevensgroepen kunnen derhalve verwijzen naar het zelfde fysieke
bestand, indien een dergelijk bestand uit meerdere recordsoorten is opgebouwd.
De gegevensgroep kan met behulp van het programma
BESTANDSINDELINGEN verder worden beschreven.
Wanneer de gegevensgroep is opgebouwd uit een filecode (administratienummer)
en een vast gedeelte, wordt de filecode in de naam van de gegevensgroep
voorgesteld door een aantal keer de letter x. Op het moment dat de betreffende
gegevensgroep (dus eigenlijk de fysieke bestandsnaam, zie veld 5 'fysiek bestand')
door de programmatuur moet worden geopend, worden de letters x in de naam
vervangen door de filecode, welke in de parameters van relatiebeheer
is opgeslagen.
De gegevensgroep is dus de naam welke de module relatiebeheer gebruikt en
de fysieke bestandsnaam de bestandsnaam, zoals deze op schijf aanwezig is.
- omschrijving
Hier kan een omschrijving ter herkenning van de betreffende gegevensgroep
worden ingegeven. Op een aantal plaatsen in de module relatiebeheer wordt
deze omschrijving gebruikt om aan te geven om welke gegevensgroep het gaat.
- sleutelveld(en)
In de sleutelveld(en) wordt aangegeven uit welke velden van het record de
sleutel van het record is opgebouwd. Cijfers staan voor veldnummers, xxx voor
het bedrijfsnummer en zaken tussen aanhalingstekens betreffen letterlijke tekst.
Bijvoorbeeld 1+"2"+xxx+3 betekent dat het sleutelveld bestaat uit veld 1, plus het
karakter 2, plus het driecijferig bedrijfsnummer plus veld 3.
- module
Het veld, "module" moet alleen ingevuld worden voor bestanden die
rechtstreeks gelezen of geschreven moeten worden met relatiegegevens. Bij
bestanden die wel behoren tot een module, maar bijvoorbeeld rayon- of
landcodes bevatten, moet dit veld leeg blijven.
- fysiek bestand
Dit veld hoeft alleen te worden ingevuld, indien de naam van het fysiek te
openen bestand door de programmatuur afwijkt van de naam van de gegevensgroep.
Dit kan bijvoorbeeld van toepassing zijn, indien de fysieke bestandsnaam uit
meer dan zes karakters bestaat en/of een bestand bestaat uit meerdere
recordsoorten. Met behulp van de gegevensgroep kan de te hanteren naam
binnen de module relatiebeheer worden opgegeven en met behulp van het veld
'fysieke bestandsnaam' de echte bestandsnaam zoals deze op uw systeem is
gedefinieerd.
Indien dit veld niet is ingevuld, wordt het bestand door de module
relatiebeheer geopend met de naam van de gegevensgroep.
Het fysieke bestand wordt uiteindelijk benaderd met de bij veld 3, zijnde
sleutelveld(en) opgegeven sleuteldefinitie.
- field separator
Als standaardwaarde wordt door het systeem 'J' gebruikt.
Met dit veld wordt, door middel van 'J' of 'j', aan het systeem kenbaar
gemaakt, of de records van de opgegeven gegevensgroep worden gescheiden
door een fieldseparator.
Zijn de records in de gegevensgroep niet gescheiden door een fieldseparator
dan dient u hier 'N' of 'n' in te vullen.
- call programma
Dit veld is
bedoeld om overweg te kunnen met bestanden waarin meerdere
recordsoorten zijn opgeslagen. Er kan een speciaal programma geschreven zijn om de juiste
informatie te kunnen tonen. Als zo'n programma niet bestaat, dient hier niets te worden ingevuld.
Men kan bestanden verwijderen die nog aan attributen gekoppeld zijn. Dit kan
uw bedoeling zijn, maar vaak is dat niet zo, dus pas op met wat u verwijdert.
Terug naar relatiebeheer menu