Met het programma INFORMATIE RELATIES kunnen de gebruikers alleen informatie over relaties op het scherm opvragen. Het is met dit programma niet mogelijk om deze gegevens te muteren of te verwijderen. Door het definiëren van attributen en het plaatsen van deze attributen in de beeldschermen, is het voor de gebruiker mogelijk om zelf de informatie op de verschillende beeldschermen te bepalen.
Na het opstarten van dit programma wordt de gebruiker gevraagd een relatienummer in te geven. Alle informatie van een relatie kan door de gebruiker worden opgeroepen door het betreffende relatienummer te selecteren. Omdat dit nummer in veel van de gevallen niet bekend is, kan men er ook naar zoeken. Hierbij kan men op verschillende manieren te werk gaan:
Door het ingeven van een dubbel vraagteken krijgt de gebruiker de mogelijkheid door middel van query een of meerdere relaties uit het relatiebeheer te selecteren.
Na het opstarten van de query door het intoetsen van een dubbel vraagteken komt de gebruiker eerst in een tussenselectie terecht. De gebruiker kan hier een van de volgende opties selecteren:
(Door direct achter het dubbele vraagteken het nummer 1, 2 of 3 in te toetsen wordt zonder deze vraag direct de betreffende optie opgestart.)
Bij beheer van de relaties is het ook toegestaan om, al dan niet afhankelijk van de condities, gegevens integraal te muteren of eventueel relaties binnen deze module te verwijderen. Indien de SQL-commando's UPDATE en DELETE worden gebruikt in de query, dan zal het systeem bij het tonen van het eerste record om een bevestiging vragen voor het integraal muteren of verwijderen. Met behulp van de funktie alles kan men dan aan het systeem kenbaar maken dat voor alle geselecteerde relaties de query uitgevoerd dient te worden. Indien men besluit om dit te bevestigen per geselecteerde relatie, kan men middels de functie overslaan aan het systeem kenbaar maken, dat men de query niet wenst uit te voeren op de getoonde relatie. Met behulp van de functie einde kan men de query beeindigen.
Voor het integraal muteren kunt u de SQL-commando's UPDATE en SET gebruiken. Om te beginnen een voorbeeld voor het gebruik van UPDATE. Stel b.v dat u alle landcode met de waarde 35 voor alle relaties wenst te wijzigen in landcode 31. U geeft dan als query in:
UPDATE attributen
SET landcode = 31
WHERE landcode = 35
Voor het verwijderen van relaties kunt u een query samenstellen waarbij u gebruik maakt van het SQL-commando DELETE. Stel bijvoorbeeld dat u alle relaties wil verwijderen welke voldoen aan de conditie dat de landcode gelijk is aan 35. U geeft dan als query in:
DELETE FROM attributen
WHERE landcode = 35
| B+ | Ga een scherm verder |
| B- | Ga een scherm terug |
| B+n | Ga n schermen verder |
| B-n | Ga n schermen terug |
| Bn | Ga naar scherm n |
| B | Systeem vraagt om het betreffende scherm.
Door het ingeven van een vraagteken worden in een venster
alle beschikbare schermen getoond. In de basisgegevens kunnen de verschillende schermen van een omschrijving worden voorzien. Deze omschrijvingen worden bij gebruik van het vraagteken hier samen met de schermnummers gebruikt. |
Wanneer bij de relatiegroep is aangegeven dat bepaalde schermen niet mogen worden gebruikt voor een relatie, is het uiteraard niet mogelijk om in deze schermen te bladeren of er naar toe te springen.
| I | Het programma vraagt nu om het nummer van het attribuut dat moet worden opgezocht. |
| In | Attribuut met nummer n wordt nu opgezocht. |
| I? | Het programma laat alle attributen op volgorde van label zien. |
| I?n | Het programma laat alle attributen die beginnen met het nummer n zien |
| I?xx | Het programma laat alle attributen gesorteerd op volgorde van label zien. Alleen de attributen waarvan de label begint met xx worden in de window getoond. |
Indien u gegevens wenst te raadplegen kan, indien een extra sortering aanwezig is, middels het intoetsen van 's' afgeweken worden van de volgorde waarop het systeem standaard de informatie displayed. Zo zal het systeem de opvraging van attributen met behulp van de ?-functie tonen op volgorde van label. Door het intoetsen van 's' na displayen van de opgevraagde informatie kan ook worden gekozen op volgorde van nummer.
Op het moment dat aan een attribuut van een relatie een toelichting is gehangen, gaat de informatie van dit attribuut op het scherm knipperen. Om toelichting te kunnen lezen moet door de gebruiker opnieuw een T gevolgd door het ingavenummer worden ingegeven.
| Tn | Toelichting van ingave n wordt op het scherm getoond. Ook de toelichting kan in dit programma niet door de gebruiker worden gewijzigd. |
| Itn | Eerst wordt het scherm van attribuut n opgezocht en vervolgens wordt op het scherm de toelichting van het attribuut aan de gebruiker getoond. |
Indien binnen het hoofd-, sub- of agendascherm een memoveld is gedefinieerd en het is voor het systeem mogelijk op meerdere regels te tonen omdat bijvoorbeeld de onderliggende regels niet in gebruik zijn, dan zal het systeem zoveel mogelijk regels van het memoscherm proberen te displayen.
Om ook deze informatie te kunnen bekijken moet vanuit het basisscherm eerst het betreffende ingavenummer worden geselecteerd. Voor de gebruiker wordt dan het nieuwe (sub)scherm geopend en opgebouwd. Door een subsleutel in te geven kan de informatie van die sleutel op het scherm worden bekeken. Door in plaats van de subsleutel een vraagteken in te toetsen wordt in een window een overzicht getoond van sleutels van het betreffende subscherm.
De informatie van een subscherm kan echter ook gelijk vanuit het basisscherm in een window worden opgeroepen. Hiervoor dient de gebruiker het schermnummer van het attribuut te selecteren en dit nummer te laten volgen door een vraagteken. Nu wordt over het basisscherm heen een window getoond met daarin alle items van het betreffende subscherm. Indien men vanuit dit window een van de items selecteert dan wordt alsnog het subscherm geopend en vervolgens de volledige informatie aan de gebruiker getoond.
Ook bij agendaschermen kan vanaf het basisscherm al in een window informatie over het betreffende agendascherm worden opgevraagd. Geef hiervoor na het ingeven van het schermnummer een vraagteken aan de ingave mee. Op het basisscherm wordt dan de informatie in een window zichtbaar gemaakt. Indien vanuit dit venster een item wordt geselecteerd, zal het systeem alsnog het agendascherm openen en de volledige informatie aan de gebruiker tonen.