Onderhoud relaties

Hiermee kunnen de gegevens van de relaties worden gemuteerd. Welke gegevens er allemaal zijn wordt ingegeven met de diverse mogelijkheden in het menu van 'Opslag en Presentatie'. Afhankelijk van de gebruikersautorisaties kan de gebruiker bepaalde gegevens wel of niet wijzigen. Het is mogelijk om door het gebruik van relatiegroepen te sturen met welk scherm wordt begonnen. Als men geen sturing toepast, wordt gekozen voor het laagste schermnummer dat het systeem kan vinden.

In het hoofdstuk INFORMATIE RELATIES worden alle algemene zaken met betrekking tot het zoeken en opvragen van relaties, schermen en de herkenning van speciale attributen beschreven. Die beschrijving is ook van toepassing op dit programma voor ONDERHOUD RELATIES zodat het aan te raden is om die tekst ook te lezen.

Na het starten van het programma zal ook hier door de gebruiker eerst een relatienummer moeten worden geselecteerd. Hierdoor heeft de gebruiker een aantal verschillende mogelijkheden. Voor een beschrijving van deze mogelijkheden wordt verwezen naar het hoofdstuk INFORMATIE RELATIES, waar deze uitvoerig worden behandeld.

BESTAANDE RELATIE
Indien de geselecteerde relatie reeds in het systeem bekend is, zal door het programma op het eerste scherm de betreffende informatie van de relatie aan de gebruiker worden getoond. Wordt een bestaande relatie gemuteerd, dan zal het systeem na het per abuis ingeven van de functietoets eind melden, dat de gewijzigde gegevens nog niet zijn verwerkt. U heeft dan alsnog de mogelijkheid deze wijzigingen te laten doorvoeren met de functietoets schrijf. Wilt u deze gegevens niet laten doorverwerken dan dient u nogmaals functietoets einde in te toetsen.

NIEUWE RELATIE
In het geval dat het ingetoetste relatienummer binnen Relatiebeheer onbekend is, zal een nieuwe relatie in het systeem worden aangemaakt. Na het ingeven van de relatiegroep wordt het subscherm "modules" geforceerd. Indien gewenst kunnen hier de koppelingen worden gelegd tussen het relatienummer en de gegevens uit de verschillende modules. Na het koppelen van de modules keert het programma terug naar de basisschermen en moet de informatie voor de verschillende attributen worden ingevuld. Door tijdens het ingeven van de attributen op de functietoets einde te drukken, kan de ingave al halverwege worden onderbroken en wordt overgegaan naar de regel onderin het scherm. Van hieruit kunnen desgewenst een voor een de verschillende attributen nog worden geselecteerd om deze aan te passen.

KOPPELEN MODULES
Hier worden de geactiveerde modules weergegeven, waarna de gebruiker een of meer modules kan koppelen aan een relatie middels toekennen c.q. selecteren van een sleutelwaarde voor de betreffende module. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen INTERNE en EXTERNE koppelingen. Een INTERNE KOPPELING is een koppeling tussen een relatie en een of meer andere relaties binnen het Relatiebeheer. De intern gekoppelde relaties kunnen zelf weer extern gekoppeld zijn. Bij een interne koppeling worden geen gegevens uitgewisseld tussen de gekoppelde relaties. Een EXTERNE KOPPELING is een koppeling tussen een relatie een extern (applicatie-)bestand. Hierbij kunnen gegevens uit dit extern bestand worden getoond en eventueel gewijzigd binnen relatiebeheer. Wijzigingen worden geschreven naar de gekoppelde externe bestanden.

Het is niet mogelijk een module meerdere keren extern te koppelen aan een relatienummer. Is de geselecteerde module reeds gekoppeld dan wordt op het scherm melding gemaakt van deze koppeling en moet de gebruiker een andere sleutelwaarde selecteren of de reeds bestaande koppeling verwijderen. Indien de gebruiker de sleutelwaarde niet weet kan met de functietoets info in een window de in de module bestaande sleutels worden opgeroepen.

WIJZIGING GEGEVENS
Indien men de vereiste permissies heeft, kunnen de gegevens van een bestaande relatie worden gewijzigd, door van één van de velden in het scherm het ingavenummer in te geven, kan men informatie aanmaken, wijzigen, of verwijderen.

VERWIJDEREN RELATIE
Het is uiteraard ook mogelijk alle informatie van een relatie in een keer uit het dossier te verwijderen. Hiervoor dient na het oproepen van de relatie de functietoets verwijder te worden ingetoetst. Bij het verwijderen van een relatie wordt alleen de informatie uit het dossier van de betreffende relatie verwijderd en blijft de informatie in de verschillende gekoppelde modules ongemoeid en in de applicatiebestanden aanwezig. Verwijderen van die informatie zal met de daarvoor bedoelde programmatuur in de modules zelf moeten worden gedaan. Voordat de relatie daadwerkelijk wordt verwijderd, vraagt het systeem nog deze actie te verifiëren. Met de functietoets einde kan de actie nog ongedaan worden gemaakt.

VASTZETTEN
Wanneer van meerdere relaties een of meerdere speciale attributen gewijzigd dienen te worden, is het mogelijk om het programma vast te zetten op een bepaald beeldscherm. Hiermee wordt voorkomen dat het programma na het selecteren van een relatie steeds eerst het eerste scherm gaat opbouwen en dat daarna het gewenste scherm gekozen moet worden. Bij het vastzetten van het onderhoudsprogramma op een bepaald scherm heeft de gebruiker de volgende mogelijkheden.

V+Ga een scherm verder en zet vast
V-Ga een scherm terug en zet vast
V+nGa n schermen verder en zet vast
V-nGa n schermen terug en zet vast
VnGa naar scherm n en zet vast
V?Overzicht van alle schermen in een window
V Het systeem vraagt om het betreffende scherm. Door het ingeven van een vraagteken kan een overzicht van alle schermen worden verkregen.

Indien het opgegeven schermnummer niet bestaat, wordt door het systeem het dichtsbijzijnde scherm geselecteerd en weergegeven.

Het onderhoudsprogramma zal alleen op het betreffende scherm vast blijven staan als hiervoor steeds bestaande relaties worden opgevraagd. Zodra een nieuwe relatie moet worden aangemaakt zal de sturing vanuit de relatiegroepen weer het eerste beeldscherm bepalen. Ook het opnieuw bepalen van een scherm met optie 'B' zorgt ervoor dat het onderhoudsprogramma het vaste scherm loslaat.

Indien een scherm wordt vastgezet, waarop maar een attribuut van het soort 'subscherm' of 'agendascherm' aanwezig is, dan zal het programma steeds voor elke geselecteerde relatie direct dat ene subscherm openen. Het vastleggen van specifieke informatie voor meerdere relatie wordt hierdoor duidelijk een stuk eenvoudiger.

DATA DICTIONARY
Door het intoetsen van een uitroepteken gevolgd door het ingavenummer van het betreffende attribuut in het scherm, wordt de definitie van het attribuut op het scherm weergegeven. Wanneer het attribuut in het data dictionary model ook nog aan een of meerdere bestanden is gekoppeld worden deze aansluitend in het scherm getoond. De optie is in eerste instantie bedoeld om tijdens het debuggen de werking van de programmatuur te testen ten aanzien van bestaande en nieuwe attributen. Wordt alleen het uitroepteken ingetoetst dan vraagt het systeem om een willekeurig attribuutnummer en wordt daarvan de definitie op het scherm weergegeven.

INFO KOPPELINGEN
Wanneer het programma ONDERHOUD RELATIES wordt opgestart, kan vanuit het submenu een overzicht van de reeds gemaakte koppelingen worden afgedrukt. Op het overzicht worden de koppelingen getoond tussen relatie relatienummer in Relatiebeheer en de sleutelwaarden uit de verschillende modules.


Terug naar relatiebeheer menu