Binnen relatiebeheer komen diverse soorten schermen voor en die hebben allemaal verschillende eigenschappen. Men moet die eigenschappen kennen om te voorkomen dat men het verkeerde type scherm kiest. Hieronder worden de hoofdzaken in tabelvorm weergegeven.
| Schermtype | Subsleutel | Attributen | ||
|---|---|---|---|---|
| Aantal | Codering | Opmerking | ||
| Scherm | Nee | 30 | nnnn.00 | |
| Subscherm | Ja, maximaal 10 lang | 15 | ????.nn | kan geen sub/agendascherm attribuut bevatten |
| Agendascherm | Ja, datum + tijd | 15 | ????.nn | kan geen sub/agendascherm attribuut bevatten |
| Memoscherm | Dit is gewoon een verlengd ingaveveld | |||
Een memoscherm betreft altijd maar één veld, dus daar valt verder niet veel over te melden. Bij de andere schermen speelt het wel of niet bestaan van een subsleutel een grote rol. Aangezien de subsleutel in het gewone scherm ontbreekt is daar altijd sprake van een 1 : 1 verhouding. Men kan weliswaar meerdere schermen gebruiken per relatie, maar per combinatie relatie/scherm kan slechts één set ingavewaardes worden opgeslagen. Een gewoon scherm wordt daarom gebruikt als men aanvullende stamgegevens per relatie op wil slaan, die in de standaard bestanden ontbreken. Zo kan men bijvoorbeeld per debiteur vastleggen of men deze al dan niet rond de jaarwisseling een kaartje wenst te sturen. Een andere reden om een scherm te gebruiken is om toegang te krijgen tot een subscherm, agendascherm of memoscherm. Al deze schermentypen zijn namelijk zelf attributen en die moeten in een scherm worden opgenomen om te kunnen worden gebruikt.
Subschermen en agendaschermen bezitten over een subsleutel, waardoor een een 1 : veel verhouding ontstaat. Per combinatie van relatie/scherm kan men zo meerdere sets met ingavewaardes opslaan. Als men bijvoorbeeld meldingen van relaties wil gaan bijhouden is een agendascherm daarvoor de aangewezen manier, omdat elke melding als subsleutel een eigen datum en tijd krijgt. Zo kan men meerdere meldingen per relatie bijhouden. In veel gevallen biedt een agendascherm door de aanwezigheid van datum en tijd de aangewezen oplossing. Naast het bijhouden van meldingen kan men ook denken aan het bijhouden van bezoeken van vertegenwoordigers of aan het bijhouden van verzonden promotiemateriaal. Soms heeft men echter geen belangstelling in datum en tijd. Dan kiest men voor een subscherm, zodat men zelf de subsleutel kan bepalen. Stel dat men ruimte wil hebben om opmerkingen bij openstaande posten op te slaan. In dat geval kan men bijvoorbeeld als subsleutel het faktuurnummer kiezen. Een agendascherm zou ook hier mogelijk zijn, maar als men ooit informatie terug wil zoeken, is het waarschijnlijk makkelijker om dat op faktuurnummer te doen, dan op datum en tijd.
Het hier getoonde schema toont een relatie waaraan twee schermen zijn gekoppeld.
Scherm 2 is een eenvoudige versie zonder sub- of agendascherm. Er hangt wel
een set gegevens aan, met de waardes die zijn ingevoerd voor de in het scherm
opgenomen attributen. Scherm 1 zit iets ingewikkelder in elkaar. Dit scherm
bezit over een aantal attributen, waarvan de waarde net als bij Scherm 2 in een
set gegevens is opgenomen. Daarnaast bezit het twee speciale attributen, namelijk
een sub- en een agendascherm. Bij het agendascherm is nog niets ingegeven, dus
daar hangen geen gegevens aan, maar bij het subscherm is blijkbaar tweemaal een
subsleutel ingegeven en daarom zijn dus twee sets met gegevens aanwezig. In die
sets zijn de ingevoerde waardes van de attributen uit het subscherm opgenomen.