|
Door MAI Nederland BV wordt bij uitlevering van de module Relatiebeheer, naast
de programmatuur, een uitgebreide set attributen meegeleverd.
In deze set zijn alle attributen aanwezig die nodig
zijn voor het koppelen van de verschillende modules. De attribuutnummers
1 tot en met 4999 zijn hiervoor gereserveerd. Die zijn nog niet allemaal in gebruik,
maar zo is er voldoende ruimte voor toekomstige attributen.
De attribuutnummers 0001.00, 0002.00, 0003.00 en 004.00 voor respectievelijk
de velden relatienummer, naam relatie, relatiegroep en modules mogen nimmer
door de gebruiker gewijzigd dan wel verwijderd worden. Deze attributen zijn
essentieel voor de juiste werking van de programmatuur. Op een aantal
plaatsen in de programmatuur wordt er van uitgegaan dat deze definities
bestaan. Verwijderen of wijzigen van een of meer van deze attributen kan tot
gevolg hebben dat de programmatuur in een fout loopt. In het ergste geval
kan dit verminking van de applicatiebestanden tot gevolg hebben. Vanaf 5000 mogen de nummers door de gebruiker vrijelijk gebruikt worden voor het beheren van eigen bestanden of gegevens. De toekomstige update procedures zullen attributen boven de 5000 ongemoeid laten; de lage nummers kunnen echter in verband met functionaliteit-eisen ten alle tijden veranderen. De update programmatuur is echter zo aangepast dat het de door u zelf door gevoerde wijzigingen herkent en niet zal overschrijven. Informatie uit de data dictionary welke vanuit de update gewijzigd dient te worden maar, in een eerder stadium al door de gebruiker zelf gewijzigd is, zal tijdens de update op een overzicht worden afgedrukt. De gebruiker heeft dan de mogelijkheid deze wijziging al dan niet nog door te voeren. |
Met het programma ATTRIBUTEN worden de verschillende attributen beschreven en hun functies gedefinieerd. Achtereenvolgens moeten de volgende velden worden ingegeven:
| Velden | Type | Lengte | Toegestane waarden |
|---|---|---|---|
| Attribuutnummer | N | 7 | 0001.00 - 9999.15 |
| Schermtekst | A | 15 | |
| Kolomlabel | A | 15 | |
| Toelichting | A | 53 | |
| Soort | A | 1 | A,a,b,C,c,I,M,m,r,S,s,w |
| Data type | A | 1 | a,i,nt |
| Lengte | N | 1 | 1 -999 |
| Formaat | A | 1 | d,e,h,I,k,n,p,s |
| Ingavemasker | A | 15 | |
| Printmasker | A | 24 | |
| Verplichte ingave | A | 1 | j,n |
| Wijziging toegestaan | A | 1 | j,n |
| Standaard waarde | A | 44 | |
| Toegestane waarde | A | 50 | gescheiden door , of - |
| Functie | A | 100 | lookup, call, berekening |
| Eigenaar(bestand) | A | 6 | bestandsnaam |
| Audit trail | A | 1 | j,n |
| Label | A | 15 |
Aangezien de attributen uiteindelijk bepalen hoe relatiebeheer en in het bijzonder hoe het programma ONDERHOUD RELATIES functioneert, wordt hier uitvoerig beschreven hoe attributen gedefinieerd kunnen worden.
Om in het onderhoudsprogramma een aantal van die verschillende attributen te kunnen herkennen is voor de attributensoorten Agenda, Call, Memo en Subscherm de volgende optie ingebouwd. Wanneer bij deze attributensoorten in de definitie de soort met een kleine letter wordt geschreven, zal in het onderhoudsprogramma de punt na het regelnummer worden vervangen door de soort aanduiding uit de definitie van het attribuut. Indien men een hoofdletter gebruikt, wordt deze functionaliteit onderdrukt.
Voorbeeld : Hfl. ####0.00 per maand
Indien in het numerieke gedeelte van het masker geen '-' teken is opgenomen, zal wanneer in dat masker een negatief bedrag moet worden afgedrukt, door het programma een '-' teken achter het numerieke gedeelte van het masker worden geplaatst. Het totale masker zal hierdoor niet groter worden.
Voorbeelden:
Specifieke waarden: 0, 1, 2, 4, 8, 16, 32
Range: 1 - 999
Combinatie: 0, 1, 2, 30 - 45, 62
Het gebruik van een Range van toegestane waarden is alleen mogelijk bij numerieke of integer waarden. Indien de toegestane waarden bij een attribuut een opsomming bevatten, kunnen de waarden via de '?'-functie worden opgevraagd. Men kan wel individuele waarden uit de getoonde informatie selecteren, maar geen range. Men moet bij een range altijd zelf opgeven welke waarde men binnen die range wenst te gebruiken.
Geef altijd een label in. Zonder label is het onmogelijk om een attribuut op een gegenereerd overzicht te krijgen. De overzicht generator geeft dan als melding ' " is geen attribuut'. Die melding komt weliswaar overeen met de werkelijkheid, maar laat aan duidelijkheid wel wat te wensen over.
Wanneer men het programma ATTRIBUTEN doorstart met keuze 5 vanuit het submenu, wordt de mogelijkheid geboden om attributen te kopiëren van het ene nummer naar een ander nummer of de attributen een nieuw attribuutnummer te geven. Hierbij moet een attribuut eerst op de normale wijze worden geselecteerd. Is dit gedaan dan zal het programma vragen om het attribuutnummer waar de gegevens naar toe moeten worden gekopieerd. Wordt de ingave van het nieuwe attribuutnummer bevestigd met kopieer dan wordt de informatie gekopieerd en wordt het nieuwe attribuutnummer bevestigd met hernoem dan wordt de informatie verplaatst naar het nieuwe nummer.