Naast de verschillende attributen die door de gebruiker gedefinieerd worden en als zodanig in het subscherm komen te staan, is de eerste ingave in een subscherm altijd de "subsleutel". Een subsleutel is een codering waarmee de in het subscherm ingegeven informatie wordt opgeslagen en weer is op te roepen. Wanneer de subsleutel numeriek wordt ingegeven zal de waarde met voorloop nullen worden uitgevuld, wanneer echter de subsleutel alfanumeriek wordt ingegeven wordt de waarde uitgevuld met spaties. De lengte van de subsleutel is afhankelijk van hoe groot deze in de (lengte) definitie van het attribuut met soort subscherm is ingegeven. Maximaal kan de subsleutel van een attribuut op 10 lang worden gedefinieerd.