Overzichten generator
Met dit programma kunnen op eenvoudige wijze door de gebruikers overzichten
worden samengesteld en onderhouden. De samengestelde overzichten worden door
het programma vertaald naar SQL procedures (zie hiervoor de beschrijving
van SQL EDITOR en SQL TUTORIAL). Dit hoofdstuk beschrijft de verschillende
opties binnen het programma, maar er is ook een voorbeeld waarin stap voor stap wordt
beschreven hoe men een eenvoudig overzicht maakt met behulp van de generator.
Na het opstarten van het programma moet gekozen worden uit de verschillende
keuzes die aanwezig zijn in de menubalk. Vervolgens kunnen per keuze
verschillende hieronder genoemde functies worden aangeroepen.
| Overzichten
| Bewerken
| Run
| Functies |
Nieuw Openen Bewaren Bewaren als Verwijderen Printen
| Attributen Voorwaarde Volgorde Beschrijving
| Run editor Run procedure
| Teller printregel |
Een optie
wordt gekozen via de pijltjestoetsen of door het intoetsen van de hoofdletter van
de gewenste optie. Vervolgens drukt men op enter.
De selectie van een optie uit de menubalk kan tot gevolg hebben dat
er een dropdown menu wordt gepresenteerd. Vanuit
dit menu maakt men met behulp van pijltjestoetsen of door ingave van de
hoofdletter uit het gewenste optie een keuze. Door
ook hier de keuze van het trefwoord met enter toets te bevestigen wordt
de functie door het systeem opgestart.
Vanuit een dropdown menu kunnen alleen de met een asterisk (*) gemarkeerde
opties worden geselecteerd. Een uitzondering hierop zijn de opties
die worden voorafgegaan door een plus- of minteken. Hierbij staat de plus voor
'aan' en de min voor 'uit'. Men wisselt tussen plus en min met de
enter toets.
Met de keuze Einde of door de functietoets einde te gebruiken wordt
het programma beeindigd en keert het systeem terug naar het voorgaande
menu.
OVERZICHTEN
Met de keuze 'Overzichten' uit de menubalk krijgt u de mogelijkheid om door
middel van een van de verschillende opties uit het bijbehorende dropdown menu
te bepalen met welke procedure u aan de slag wilt gaan.
- NIEUW
Wanneer voor 'nieuw' wordt gekozen, wordt door het programma een nieuw en
nog ongedefinieerd overzicht opgestart. Wanneer bij deze keuze reeds een
overzicht in behandeling is waarvan de laatste wijzigingen nog niet zijn
bewaard, wordt dit door het systeem gemeld en kunnen de laatste wijzigingen
worden opgeslagen. Met deze optie is het dus mogelijk om een bestaande
selectie te verlaten en opnieuw met een nieuwe procedure te beginnen.
- OPENEN
Met de optie 'openen' wordt een bestaande procedure ingelezen en worden de
daarin vastgelegde selecties op het scherm weergegeven. Na het selecteren van
de optie moet eerst de naam van een bestaande procedure aan het systeem
bekend worden gemaakt. Is de naam van de gewenste procedure niet bij de
gebruiker bekend dan kan met de info toets in een window een overzicht
van alle aanwezige procedures worden gemaakt. Met de pijltjes-toetsen kan
vanuit de window de gewenste procedure worden gekozen waarna met enter
de procedure wordt ingelezen.
Indien nog een overzicht in het programma in behandeling is, waarvan de
laatste wijzigingen nog niet zijn bewaard, wordt dit door het systeem
gemeld en heeft u de mogelijkheid deze procedure eerst te bewaren alvorens ze
zal worden overschreven met de nieuwe procedure.
Wanneer een bestaande procedure door het systeem wordt ingelezen, wordt
feitelijk de tekst-file van een bestaande SQL- procedure geladen en binnen
het programma vertaald naar door de gebruiker te muteren tabellen. De
voortgang van deze vertaling wordt onder in het scherm met behulp van een
oplopende balk weergegeven.
- BEWAREN
Met de optie 'bewaren' wordt de definitie van het overzicht geconverteerd
naar een SQL-procedure en in het systeem opgeslagen. Wanneer de naam van de
betreffende procedure al in het programma bekend is, zal de procedure
automatisch onder deze naam worden opgeslagen. Deze optie is dan ook alleen
te gebruiken wanneer de naam van het overzicht reeds binnen het programma
bekend is. Na het bewaren van het overzicht blijft het overzicht
beschikbaar voor verdere bewerking.
Wanneer een overzicht wordt opgeslagen in het systeem, worden de in dit
programma door de gebruiker gemuteerde tabellen weer vertaald naar een
SQL-procedure. De procedure wordt zowel als tekst als ook gecompileerd in
het systeem opgeslagen en kan dus als zodanig elk moment met het programma
SQL EDITOR worden opgeroepen en verder worden gemuteerd. Tijdens deze
vertaling wordt onderin het scherm met behulp van een oplopende balk de
voortgang van deze vertaling weergegeven.
- BEWAREN ALS
Met de optie 'bewaren als' kan een in het programma aanwezig overzicht in
het systeem worden opgeslagen. Bij deze optie zal het systeem in alle
gevallen om de naam vragen waaronder het overzicht dient te worden opgeslagen.
Heeft het overzicht al een naam dan kan deze met de enter toets worden
overgenomen. Met deze optie wordt het mogelijk om bestaande procedures
(overzichten) te kopieëren naar een andere naam.
- VERWIJDEREN
Met deze optie kan een bestaand overzicht uit het systeem worden verwijderd.
Alle gegevens van het overzicht zoals SQL-tekst en de gecompileerde versies
worden hierbij uit het systeem verwijderd. Wanneer het betreffende overzicht ook
is opgenomen in het menu OVERZICHTEN RELATIES, zal
het ook daar komen te vervallen.
- PRINTEN
Met de optie 'printen' kan een afdruk op papier worden gemaakt van de
definitie van het overzicht. Het betreft hier een presentatie van de
definitie van het overzicht in de vorm van een SQL-procedure. Dit is
dezelfde vorm als waarin een procedure aan de gebruiker wordt gepresenteerd
in het programma SQL EDITOR.
BEWERKEN
Via de optie 'bewerken' in de menubalk wordt een dropdown menu opgestart
van waaruit verschillende functies kunnen worden opgestart om een nieuw
overzicht samen te stellen of een bestaand overzicht aan te passen. Na het
kiezen van een van de opties uit het dropdown menu wordt door het programma
het onderliggende gedeelte van het beeldscherm opgedeeld in een
werkvenster en een printvenster. Het werkvenster
wordt als formulier weergegeven.
- ATTRIBUTEN
Het samenstellen van het overzicht geschiedt door het selecteren van de
verschillende attributen en door deze na selectie eventueel te voorzien van een
afwijkende koptekst en/of formattering.
Het selecteren van attributen, gebruikt in een sub- of agendascherm is ook
toegestaan.
- attribuutnaam
Om een regel aan het formulier toe te voegen of een bestaande regel te
wijzigen in een ander attribuut dient eerst een attribuut geselecteerd te
worden. Hiervoor moet de naam of het label van het attribuut worden
ingegeven. Wanneer de ingegeven naam van het attribuut niet in het systeem
wordt gevonden, zal met de ingegeven tekens verder worden gezocht. De
attributen die hierna door het systeem worden gevonden, zullen daarna in
een window aan de gebruiker worden getoond. Vanuit de window kan een
attribuut worden geselecteerd en in het formulier worden opgenomen.
Wanneer in plaats van de naam van een attribuut of een gedeelte ervan,
een vraagteken wordt ingegeven, wordt in een window een overzicht gegeven
van alle attributen die in het systeem bekend zijn. Ook vanuit dit venster
kunnen de attributen worden geselecteerd. Geselecteerde attributen worden
op volgorde naast elkaar weergegeven in het te maken overzicht. Een
voorbeeld van het overzicht wordt door het systeem gegeven in het
printvenster onder het werkvenster.
- soort
In de cel onder 's' wordt het soort van het attribuut weergegeven. Dit
gegeven in informatief en kan niet door de gebruiker worden gewijzigd.
- lengte
Wanneer een attribuut is geselecteerd wordt door het systeem de breedte
van de kolom in het overzicht berekend. Afhankelijk van de in het attribuut
gedefinieerde ingavelengte en de lengte van de kolomtekst (schermtekst)
wordt de waarde hiervan in de cel onder 'len' afgedrukt. Door echter de
lengte te wijzigen kan de breedte van de kolom op het overzicht door de
gebruiker worden beinvloed.
- weergave
In de cel onder de 'w' kan de wijze waarop de informatie in de kolom op het
overzicht wordt afgedrukt worden bepaald. Met een code kan worden aangegeven
op welke wijze de af te drukken informatie moet worden afgebroken wanneer de
breedte van de kolom op het overzicht niet toereikend is voor de lengte van
de informatie. De volgende codes kunnen onder in het beeldscherm worden
geselecteerd.
- AFBREKEN
De informatie die op het overzicht in deze kolom wordt
afgedrukt wordt op de kolombreedte afgebroken. Het eventuele restant
van de informatie wordt niet op de volgende regel in de kolom
weergegeven en komt te vervallen.
- WRAPPED
De informatie wordt op de breedte van de kolom afgebroken.
Het eventuele restant van de informatie wordt steeds op de eerstvolgende
regel in de kolom afgedrukt.
- WORD_WRAPPED
De informatie wordt over meerdere regels in de kolom
afgedrukt. De tekst wordt, indien mogelijk, hierbij steeds op de
laatste spatie voor het einde van de kolom afgebroken.
- koptekst
In de cel onder de 'koptekst' wordt de kolomlabel voor de betreffende kolom
afgedrukt. Deze tekst wordt door gebruik te maken van de schermtekst
overgenomen uit de definitie van het attribuut. In de betreffende cel kan
deze informatie uiteraard worden gewijzigd. Door in de tekst van de kolomlabel
een 'pipe' teken ( ¦ ) op te nemen, wordt de tekst boven de kolom afgedrukt
over twee regels. Onder in het printvenster wordt deze situatie direct voor
de gebruiker zichtbaar gemaakt.
- VOORWAARDE
In een formulier kunnen niet alleen attributen worden geselecteerd; men kan
ook per attribuut selectiecriteria opgegeven waaraan de
attributen moeten voldoen om op de lijst afgedrukt te mogen worden.
- and/or
Allereerst moet met de selectie van 'AND' of 'OR' de relatie worden
aangegeven met het voorgaande geselecteerde attribuut om zo een complete
conditie te kunnen opbouwen. Alleen bij het eerste attribuut dat wordt
geselecteerd wordt geen relatie opgegeven.
- attribuutnaam
In de cel onder 'attr.naam' moet een attribuut uit het systeem worden
geselecteerd, waarvan de informatie tijdens het genereren van het overzicht
zal worden getest aan een nog op te geven waarde. Hiervoor moet de naam
of het label van het attribuut worden ingegeven. Wanneer de ingegeven naam
van het attribuut niet in het systeem wordt gevonden, zal met de ingegeven
tekens door het systeem verder worden gezocht. De attributen die door het
systeem worden gevonden zullen daarna in een window aan de gebruiker worden
getoond. Vanuit de window kan een attribuut worden geselecteerd om hierna in
het formulier te worden opgenomen. Wanneer in plaats van de naam van een
attribuut of een gedeelte ervan, een vraagteken wordt ingegeven, wordt in
een window een overzicht gegeven van alle attributen die in het systeem
bekend zijn. Ook vanuit deze window kunnen de attributen worden geselecteerd.
- operator
In de cel onder 'opr' kan de operator worden geselecteerd waarmee de
vergelijking tussen de waarde uit de cel 'waarde' en de waarde van het
attribuut in het overzicht moet worden getest. De gewenste operator kan in
de cel niet door de gebruiker worden ingegeven maar moet uit de regel onder
het printscherm met de pijltjestoetsen worden geselecteerd.
- waarde
Hier wordt de waarde opgegeven waarmee de informatie van het attribuut in
het overzicht vergeleken dient te worden.
- VOLGORDE
Met de keuze 'volgorde' kan door de gebruiker de volgorde van afdruk worden
bepaald. Het is bij deze optie mogelijk om voor de
opbouw van de sortering meerdere attributen te selecteren en deze
willekeurig per attribuut oplopend of aflopend binnen het overzicht te
definiëren.
- attribuutnaam
Om de volgorde te bepalen waarop het overzicht moet worden afgedrukt, moet
eerst het betreffende attribuut waarmee de sortering moet worden opgebouwd
uit het systeem worden geselecteerd. Hiervoor moet de naam of het label
van het attribuut worden ingegeven. Wanneer de ingegeven naam van het
attribuut niet in het systeem wordt gevonden, zal met de ingegeven tekens
door het systeem verder worden gezocht. De attributen die door het systeem
worden gevonden zullen daarna in een window aan de gebruiker worden getoond.
Vanuit de window kan een attribuut worden geselecteerd om hierna in het
formulier te worden opgenomen. Wanneer in plaats van de naam van een
attribuut of een gedeelte ervan, een vraagteken wordt ingegeven, wordt in
een window een overzicht gegeven van alle attributen die in het systeem
bekend zijn. Ook vanuit deze window kunnen de attributen worden geselecteerd.
- oplopend/aflopend
Voor elke geselecteerde attribuut, met uitzondering van de attributen van
agenda- en subschermen, kan worden aangegeven of het overzicht met de
betreffende informatie 'oplopend' dan wel 'aflopend' moet worden gesorteerd.
Uit de regel onder het 'printvenster' kan met de pijltjestoetsen
één van de twee opties worden gekozen. Wanneer men 'ASC' selecteert, wordt voor het
betreffende attribuut oplopend gesorteerd en wanneer 'DESC' wordt gekozen
voor dat attribuut aflopend gesorteerd.
- BESCHRIJVING (TEKST)
Bij de beschrijving kunnen twee verschillende omschrijving aan de definitie
van het overzicht worden meegegeven. De omschrijvingen worden door het
systeem bij de gegevens van het betreffende overzicht bewaard.
- omschrijving
Bij omschrijving kan een korte omschrijving worden ingevuld. De hier ingevulde
informatie zal bij het afdrukken van het overzicht in de kop van elke pagina
worden afgedrukt. Wanneer het overzicht in de menustructuur van het programma
OVERZICHTEN RELATIES is opgenomen, zal ook deze
omschrijving terugkomen als keuze in het aldaar getoonde menu.
- documentatie
Na ingave van de korte omschrijving kan in het daaronder getoonde scherm de
uitgebreide documentatie betreffende het overzicht worden vastgelegd. Het is
verstandig hierin een beschrijving van de functie van het overzicht op te
nemen en eveneens de eigenaar van het overzicht vast te leggen.
Wanneer de definitie van het overzicht wordt gecompileerd en wordt opgeslagen
zal de tekst in de SQL-procedure worden opgenomen.
RUN
Met de optie 'run' vanuit de menubalk wordt een dropdown menu gestart met
daarin verschillende opties om een overzicht af te drukken.
- RUN EDITOR
Hiermee kan het op dat moment in het programma gedefinieerde overzicht worden
getest en op een scherm of printer worden afgedrukt. Voordat het overzicht
zal worden afgedrukt wordt de selectie eerst door het systeem gecompileerd
en op volledigheid gecontroleerd.
- RUN PROCEDURE
Met de optie 'run procedure' kan een willekeurige bestaande SQL-procedure
worden opgestart, zonder dat deze door het programma wordt ingelezen. De
eventueel in de editor aanwezige andere procedure wordt door
het overzicht dat is opgestart niet beïnvloed. Na beëindigen van
het overzicht gaat het programma verder met het overzicht dat in de editor
geladen was.
FUNCTIES
Met de optie 'functies' vanuit de menubalk kunnen in het daaronder getoonde
dropdown menu enkele functies naar believen worden aan- of uitgezet.
Mogelijk zullen in de toekomst nog meer functies
aan het dropdown menu worden toegevoegd.
- TELLER PRINTREGEL
Wanneer deze functie wordt aan gezet zal tijdens het samenstellen van het
overzicht steeds de totale breedte van het overzicht worden geteld en onder
in de cel 'len' worden afgedrukt. Wanneer de cursor op deze optie staat kan
de functie met de enter toets wisselend aan en uit gezet worden.
Afhankelijk van de status van de functie zal bij 'aan' staan een plusteken (+)
en bij 'uit' staan een minteken (-) voor de optie worden afgedrukt.
Terug naar relatiebeheer menu