SQL editor
Met dit programma kunnen door de gebruiker de procedures voor overzichten
worden aangemaakt en onderhouden. Een procedure is een beschrijving van
acties en waarden, waarmee de uitkomst van een overzicht kan worden bestuurd.
De procedures worden binnen 'Relatiebeheer' geschreven in de internationale
opvraagtaal SQL. Zie voor de beschrijving van deze opvraagtaal de
SQL TUTORIAL of de SQL REFERENTIE..
Na het opstarten van de SQL editor worden verschillende opties getoond in een
menubalk. Deze werkt op dezelfde manier als bij de OVERZICHTEN GENERATOR.
| Procedures
| Run
| Informatie |
Nieuw
Openen
Bewaren
Bewaren als
Verwijderen
Printen
|
Compileren
Compileren en bewaren
Run editor
Run procedure
|
Editor
SQL commandoset
Attributen
|
In de editor kunnen procedures worden geschreven en onderhouden. Binnen de
editor wordt met de toetscombinatie <Ctrl1 + I> een overzicht van alle
mogelijke tekstverwerkingsfunctie op het scherm weergegeven.
Wordt vanuit de editor de toets einde gekozen dan verlaat het
programma de editor en komt u terug in de menubalk. Hierbij komt de eventueel
in de editor aanwezige procedure niet te vervallen maar blijft deze op het
scherm staan. Functies die hierna vanuit de menubalk worden gekozen hebben
dan, indien van toepassing, betrekking op de in de editor aanwezige procedure.
Voor een uitgebreide beschrijving van de opvraagtaal SQL en hoe daarmee
procedures kunnen worden geschreven wordt verwezen naar de paragraaf
SQL TUTORIAL.
PROCEDURES
Met de keuze 'Procedures' uit de menubalk kunt
bepalen welke procedure in de editor moet
worden bewerkt en hoe deze, na afloop, moet worden opgeslagen.
- NIEUW
Door te kiezen voor de optie 'Nieuw', wordt door het systeem een lege en
naamloze procedure in de editor geplaatst. Is in de editor nog een procedure
aanwezig waarvan de laatste wijzigingen nog niet zijn bewaard, dan zal het
systeem vragen of u deze procedure nog wilt bewaren voordat deze uit de
editor wordt verwijderd.
- OPENEN
Met deze optie kunt u bestaande procedure ophalen en in de editor plaatsen.
Hiervoor moet u na het kiezen van deze optie de naam van de betreffende
procedure aan het systeem bekend maken.
Door in plaats van de naam van de procedure een vraagteken in te toetsen
krijgt u in een window een overzicht van alle in het systeem aanwezige
procedures en kunt u de gewenste procedure uit de window selecteren. Ook
hierbij geldt dat wanneer in de editor een procedure aanwezig is waarvan
de laatste wijzigingen nog niet zijn bewaard, het systeem zal vragen of u
de procedure alsnog wilt bewaren voordat deze uit de editor wordt verwijderd.
- BEWAREN
Met deze optie wordt de in de editor aanwezige procedure voor u in het
systeem bewaard onder de reeds in het systeem bekende naam. Deze optie is
natuurlijk alleen mogelijk wanneer de in de editor aanwezige procedure al
een naam heeft. Na het bewaren van de procedure springt het programma terug
naar de editor en kunt u direct verder met het schrijven van de procedure.
- BEWAREN ALS
Ook bij deze optie wordt net als bij de optie 'Bewaren', de procedure in
het systeem opgeslagen en bewaard. De naam waaronder de procedure zal worden
opgeslagen moet echter eerst door de gebruiker aan het systeem bekend worden
gemaakt.
Hiermee wordt het mogelijk om naamloze procedures een naam te geven of om
een kopie te maken van bestaande procedures. Is voor de procedure die in de
editor aanwezig is al een naam bekend dan kan deze naam door het geven van
enter worden overgenomen.
- VERWIJDEREN
Deze optie biedt de mogelijkheid een bestaande procedure uit het systeem te
verwijderen. Bij het verwijderen van een procedure worden alle gegevens van
de procedure uit het systeem verwijderd. Dit betekent dat wanneer de
procedure in het hoofdmenu OVERZICHTEN RELATIES
voorkomt, deze ook hier wordt verwijderd. Voordat de gewenste procedure
daadwerkelijk uit het systeem wordt verwijderd wordt de gebruiker eerst nog
om akkoord gevraagd.
- PRINTEN
Met de optie 'Printen' kan de in de editor aanwezige procedure worden
afgedrukt op een printer naar keuze.
RUN
Nadat een procedure is geschreven kan deze worden gebruikt voor het
vervaardigen van een overzicht. Het vervaardigen van een overzicht gebeurt
in twee fasen, nl. compileren en runnen.
Tijdens het compileren wordt de geschreven procedure gecontroleerd op
schrijf- en taalfouten en wordt ze vertaald naar een voor de computer beter
te begrijpen code. Worden er tijdens het compileren van de procedure fouten
ontdekt, dan zal het systeem dit melden. Door het ingeven van een vraagteken
kan de gebruiker op het scherm een overzicht van deze foutenlijst krijgen.
Tijdens het runnen wordt met behulp van de gecompileerde code de benodigde
data opgehaald en wordt hiermee het overzicht vervaardigd. Afhankelijk van
de door de gebruiker geselecteerde uitvoer wordt het overzicht afgedrukt op
het scherm of de printer of wordt deze weggeschreven in een bestand.
- COMPILEREN
Met de optie compileren wordt de in de editor aanwezige procedure door het
systeem gecompileerd. De gecompileerde code wordt hierbij niet in het
systeem opgeslagen en ook zal er geen overzicht worden vervaardigd. Deze
optie is alleen bedoeld om de in de editor aanwezige procedure te
controleren op eventuele schrijf- en taalfouten.
- COMPILEREN en BEWAREN
Met deze optie wordt de in de editor aanwezige procedure gecompileerd. Als er
tijdens het compileren geen fouten zijn opgetreden zal de gecompileerde code
in het systeem worden opgeslagen. Wanneer een procedure vanuit het menu
OVERZICHTEN RELATIES moet kunnen worden opgestart , moet voor die
betreffende procedure altijd eerst de gecompileerde code met deze optie in
het systeem worden opgeslagen. Hierna kan dan met het programma
PROCEDURE BIBLIOTHEEK de menucode van deze procedure
worden veranderd van 1 naar een van de letters uit de reeks van A t/m Z
waardoor de procedure automatisch in het menu wordt opgenomen.
- RUN EDITOR
Met deze optie wordt de in de editor aanwezige procedure gecompileerd.
Indien tijdens dit compileren geen fouten zijn gevonden wordt aansluitend
het overzicht vervaardigd. Hierdoor kan snel de in de editor aanwezige
procedure worden getest en kan de uitkomst ervan worden bekeken op
bijvoorbeeld het beeldscherm of de printer. Na het printen van het overzicht
keert het programma automatisch terug naar de editor.
- RUN PROCEDURE
Onafhankelijk van welke procedure in de editor aanwezig is kan met deze optie
een bestaande procedure worden opgestart. Na het ingeven van de naam van de
procedure, welke ook door het ingeven van een vraagteken geselecteerd kan
worden vanuit een window, wordt de procedure gecompileerd en gerund. De
eventueel in de editor aanwezige procedure blijft hierbij ongewijzigd
aanwezig.
INFORMATIE
Met deze keuze uit de menubalk kunt u informatie opvragen over bijvoorbeeld
de in het systeem aanwezige attributen of welke commando's door u gebruikt
kunnen worden tijdens het schrijven van procedures.
- EDITOR
Deze optie geeft een overzicht van alle functies die binnen de editor
gebruikt mogen worden en met welke toetsencombinaties deze kunnen worden
aangeroepen. De informatie die in het window wordt getoond kan hieruit niet
door de gebruiker worden geselecteerd.
- SQL COMMANDOSET
Deze optie geeft in een window een overzicht van alle SQL-commando's die
door de gebruiker mogen worden gebruikt om een procedure te schrijven voor
het vervaardigen van een overzicht. De commando's zijn vanuit deze window
niet voor gebruik in de editor te selecteren.
- ATTRIBUTEN
Deze optie geeft de gebruiker in een window een overzicht van alle in het
systeem aanwezige attributen welke mogelijk gebruikt kunnen worden in een
procedure. Ook hier zijn de attributen niet vanuit de window te selecteren
voor gebruik in de procedure die in de editor aanwezig is.
Terug naar relatiebeheer menu