Parameters
Met dit programma kunnen de parameters van 'Relatiebeheer' worden onderhouden.
De informatie in de parameters zal tijdens het gebruik van het pakket de
werking beïnvloeden. De parameters zijn onderverdeeld in vier groepen, te weten:
- ALGEMEEN
- PREFIX
- ONDERHOUD
- DISPLAY
Per groep kunnen een aantal gegevens worden bekeken of gemuteerd. Het
is misschien wat verwarrend dat het programma begint met het vragen om
een 'nummer parameter' terwijl eigenlijk 'nummer parametergroep bedoeld
wordt.
ALGEMEEN
Bij ALGEMEEN kunnen parameters worden gewijzigd, die betrekking hebben op de
werking van de gehele module. Daarbij wordt ook informatie verschaft over
welke systeem type wordt gebruikt en welke ASCII set. Er wordt namelijk onderscheid
gemaakt tussen een high-order (8-bits) en een low-order (7-bits) ASCII set.
In het eerste geval zijn 255 tekens te gebruiken en in het andere 127. Overigens zijn
127 tekens meestal voldoende. Er is dan al plaats voor alle cijfers en letters
(zowel de kleine letters en de hoofdletters) plus alle leestekens en dergelijke.
- systeem type
Hier wordt de aanduiding van het besturingssysteem en het type hardware
weergegeven. Dit veld kan niet gewijzigd worden.
- high/low order
In dit veld wordt aangegeven of het onderliggende operating systeem met de
high-order of low-order ASCII karakterset werkt. Dit veld kan niet gewijzigd
worden.
Gekoppeld aan dit veld zijn een hexwaardes voor specifieke karakters. Deze
zijn veelal systeemgebonden en kunnen niet door de gebruiker gewijzigd worden.
- tab
In dit veld wordt de hexadecimale waarde van een "tab" vastgelegd. Er zijn
twee waarden mogelijk, high-order ASCII ($89$) en low-order ASCII ($09$).
Dit veld kan niet gewijzigd worden.
- fieldseparator
In dit veld wordt de hexadecimale waarde van een "fieldseparator" vastgelegd.
Er zijn twee waarden mogelijk, high-order ASCII ($8A$) en low-order ASCII
($0A$). Dit veld kan niet gewijzigd worden.
- spatie
In dit veld wordt de hexadecimale waarde van een "spatie" vastgelegd.
Er zijn twee waardes mogelijk, High-order ASCII ($A0$) en low-order ASCII
($20$). Dit veld kan niet gewijzigd worden.
- quote
In dit veld wordt de hexadecimale waarde van een "quote" vastgelegd.
Er zijn twee waardes mogelijk, High-order ASCII ($A2$) en low-order ASCII
($22$). Dit veld kan niet gewijzigd worden.
- filler
In dit veld wordt de hexadecimale waarde van een "filler" vastgelegd.
Er is voorlopig maar één waarde mogelijk $00$.
Dit veld kan niet gewijzigd worden.
- null
In dit veld wordt de hexadecimale waarde van een "null" vastgelegd.
Er is voorlopig maar één waarde mogelijk $00$.
Dit veld kan niet gewijzigd worden.
- Bedrijfsnummer
Diverse softwarepakketten kunnen meerdere administraties verwerken. In de
opgeslagen records kan dan een bedrijfsnummer voorkomen.
Bij dit veld geeft u in die situatie het nummer van het bedrijf op, waarin
de relaties verwerkt dienen te worden.
Heeft het gekoppelde softwarepakket deze mogelijkheid niet, dan geeft u hier
drie nullen in. Voor BASTA en KAVTA gebruikt u de bij het bedrijf behorende
bedrijfsletter.
- Filecode
Diverse softwarepakketten kunnen meerdere administraties verwerken. Door
middel van een filecode wordt aangegeven van welke administratie de
desbetreffende bestanden zijn. Dit zijn karakters in de bestandsnaam die een
administratie herkenbaar maken.
Bij dit veld geeft u in deze situatie de filecode van het bedrijf op, waarin
de relaties verwerkt dienen te worden.
Bij BESTANDEN geeft u dan een of meerdere keren
een 'x' in op de plaatsen van de filecode gevolgd door de filenaam.
- Omschrijving sleutel
Het programma "onderhoud relaties" en de bijbehorende menu's kunnen van een
juiste kopregel voorzien worden indien de omschrijving "relatie" niet
gewenst is. In een tweetal velden (enkelvoud en meervoud ) kan een
omschrijving als "cliënt","klant" of iets dergelijks vastgelegd worden.
- Seterr actief
Tijdens het debuggen van programma's kan het opvangen van errors
uitgeschakeld worden.
- Setesc actief
Tijdens het debuggen van programma's kan het blokkeren van de "ESCAPE"
toets buiten werking worden gesteld.
- Trace op scherm
Indien deze parameter geactiveerd wordt, zal in een aantal gevallen op het
beeldscherm het verloop van een bewerking of berekening getoond worden.
Deze optie is alleen bedoeld voor het debuggen van het programma of het
testen van (nieuwe) functies.
- Help op scherm
Indien deze parameter geactiveerd wordt, dan zal in een aantal gevallen op
het beeldscherm helpteksten getoond worden. Deze optie is alleen bedoeld
voor het debuggen van het programma of het testen van (nieuwe) functies.
- Attribuutnummer eigenaar
De beveiligingsoptie kan op drie manieren, worden ingesteld:
- Wat is voor een gebruiker toegestaan, dit wordt per gebruiker opgegeven.
Er wordt niet gewerkt met een eigenaar per relatie.
- Wat is voor een gebruiker toegestaan, gezien vanuit een zogenaamde
eigenaar van de relatie. Iedere relatie krijgt dan door het systeem
automatisch een zogenaamde eigenaar toegewezen.
- Iedere relatie wordt door een zogenaamde eigenaar beheerd, echter de
autorisatie gebeurt op dezelfde manier als bij de eerste optie, dus niet
vanuit het oogpunt van de eigenaar van de relatie, maar uit het oogpunt
van de gebruiker die is ingelogd.
Bij alle drie de opties is het noodzakelijk dat iedereen inlogt in
MAI-applicaties door middel van een gebruikercode.
Als u de eerste optie wenst te gebruiken dan vult u op dit veld niets in.
Wilt u de tweede optie gebruiken, dan dient u een attribuut (eigenaar) te
definiëren dat dienst zal doen voor het vastleggen van de eigenaar van
de relatie.
Dit attribuut dient u hier op te geven. Het is wel noodzakelijk dat u de
MAI-applicatie zodanig opstart dat u zich als gebruiker bekend maakt. Raadpleeg
hiervoor het handboek van uw MAI-applicatie.
Het systeem zal automatisch bij het opvoeren van een nieuwe relatie deze
gebruikerscode in voorgenoemd attribuut plaatsen.
Met behulp van dit veld kan per relatie worden vastgelegd wie de eigenaar is
inzake het beheer van de relatie.
Per eigenaar kan dan met behulp van de beveiligingsopties aangeven worden
wat voor andere gebruikers per scherm en/of attributen is toegestaan.
Wilt u de hierboven beschreven derde optie gebruiken, dus wel een eigenaar aan
een relatie toekennen maar de autorisatie vanuit het oogpunt in de ingelogde
gebruiker dan dient u bij het onderstaande veld 'beveiliging eigenaar' een '1'
in te geven.
- Beveiliging eigenaar
Indien u wel een eigenaar aan een relatie wenst toe te kennen en de
autorisatie dient te geschieden vanuit het oogpunt van deze eigenaar dan
vult u hier een '0' in.
Wenst u de autorisatie, toch bij gebruik van een eigenaar per relatie vanuit
het oogpunt van de gebruiker die inlogt is in de applicatie, dan vult u hier
een "1" in.
PREFIX
Ter beveiliging van gegevens wordt aan een gebruiker meestal alleen toegang
verschaft tot de directories of prefixen waarin hij/zij normaal werkzaam is.
In geval van 'Relatiebeheer' zullen alle bestanden benaderd moeten kunnen
worden. (het mogen zien c.q. wijzigen van gegevens kan in dit geval
afgeschermd worden door de gebruikersbeveiliging te activeren).
Bij de parameter PREFIX kan voor 'Relatiebeheer' een afwijkende prefix
worden opgegeven. Hierbij kunt u kiezen of de prefix wordt toegevoegd of
vervangen.
- Soort prefix
De programma's van "relatiebeheer' moeten door hun functie, alle bestanden
van de verschillende modules kunnen benaderen. Hiervoor kan bij deze
parameter een additionele (A) of vervangende (V) prefix worden opgegeven.
Bij een additionele prefix worden alle directories uit deze prefix die nog
niet in de bestaande prefix voorkomen, aan de bestaande prefix toegevoegd.
Bij een vervangende prefix wordt de bestaande prefix vervangen door deze
prefix. Bij het verlaten van "Relatiebeheer' wordt de originele prefix weer
teruggezet.
- Prefix
Op 5 regels van 50 karakters kunt u hier uw afwijkende prefix opgeven.
ONDERHOUD
Bij de parameter ONDERHOUD kunnen gegevens worden vastgelegd, die betrekking
hebben op programma's waarmee gegevens van relaties gewijzigd kunnen worden.
- Openen bestanden
Afhankelijk van het type hardware en operating system kan het toegestaan dan
wel wenselijk zijn alle bestanden permanent te openen. Door het activeren
van deze parameter zal er sprake zijn van performance toename.
- Records query file
Hier wordt vastgelegd met hoeveel records een terminal afhankelijk bestand
gedefinieerd moet worden. Dit bestand bevat de records welke geraadpleegd
worden indien op het relatienummer met een "??" een query geïnitieerd
wordt.
- Beveiliging actief
Deze parameter maakt het mogelijk om de gebruikersbeveiliging op attribuut
niveau buiten werking te stellen. Dit zal de verwerkingssnelheid, zeker op
kleinere configuraties in kleine organisaties als beveiliging niet
noodzakelijk is, ten goede komen.
- Uniforme nummering
Afhankelijk van de situatie kan de gebruiker gedwongen worden om voor alle
modules die gekoppeld worden, gelijke cliëntnummers te gebruiken.
- Verwerkingstaak
In dit veld wordt de naam van de taak voor het programma
VERWERKEN MUTATIES
vastgelegd. Het programma ONDERHOUD RELATIES zal de
verwerking van de batch starten in de hier opgegeven taak, indien deze nog
niet actief is.
In de meeste gevallen zal hier de naam van een ghost-taak worden opgegeven.
Dit is uiteraard alleen mogelijk indien het onderliggende operating system
deze faciliteiten biedt. Indien de ghost-taak geactiveerd is voor de
verwerking zal deze actief blijven zolang een of meerdere gebruikers in het
programma ONDERHOUD RELATIES zitten. Zodra de laatste gebruiker dit programma
heeft beëindigd en alle mutaties van de batch zijn verwerkt, dan wordt
de ghost-taak ook beeindigd.
Indien als verwerkingstaak 'RTV' wordt ingegeven, zullen de mutaties die
worden ingegeven, direct worden verwerkt naar het dossier en de betreffende
bestanden (Real Time Verwerking).
Wordt geen verwerkingstaak ingegeven dan zal de verwerking van de ingegeven
mutaties per terminal vanuit het menu moeten worden opgestart. Hiervoor
kiest u in het menu 'Beheer relaties' de keuze VERWERKEN
MUTATIES.
- Pages verwerking
De toe te kennen geheugengrootte uitgedrukt in pages (256 bytes) voor het
programma VERWERKEN MUTATIES. Voor huidig gebruik is een minimale waarde van
64 pages voldoende; er kan opgestart worden met maximaal 512 pages voor
toekomstige behoeften.
- Pages onderhoud
Dit veld geeft u de mogelijkheid om het programma ONDERHOUD
RELATIES met meer geheugen op te starten dan waarmee de gebruiker
oorspronkelijk is opgestart.
Hierdoor is het niet nodig om voor iedere gebruiker die met dit programma
moet kunnen werken, direct al bij het opstarten veel geheugen te reserveren.
Door het aantal pages op te geven dat nodig is om met het programma te
kunnen werken, zal alleen bij met aanroepen van het programma de extra
hoeveelheid geheugenruimte worden gebruikt. Na het verlaten van het
programma wordt de originele startwaarde van de gebruiker weer terug
gezet. Wanneer het aantal pages op 0 wordt gezet wordt het programma gestart
in de hoeveelheid geheugenruimte waarmee de gebruiker origineel is opgestart.
- BOSS/VS
Doordat computers van het type BOSS/VS, dynamisch gebruik maken van de
beschikbare geheugenruimte, heeft het voor deze systemen geen zin om een
startwaarde op te geven.
- Volgorde ingaven
Met behulp van deze code kan bepaald worden in welke volgorde in te geven
gegevens op een scherm van programma ONDERHOUD RELATIES
worden afgehandeld. Bij gebruik van de waarde '0' is de afhandeling horizontaal,
d.w.z. regel voor regel van links naar rechts. De waarde '1' zorgt voor een
verticale afhandeling.
- Nummering relatie per relatiegroep
Wanneer hier '1' wordt ingevuld, dan wordt bij ingave relatiegroep een
mogelijkheid geboden de automatische nummering van de relaties van deze
groep binnen een bepaalde (afwijkende) range te houden. Hiertoe wordt bij
aanmaken van een nieuwe relatie gevraagd een relatiegroepnummer in te geven
voordat een relatienummer kan worden ingegeven. De betreffende range kan
worden ingegeven bij programma ONDERHOUD RELATIEGROEPEN.
(Bv. : werkgevers 1000 - 1999, werknemers van 5000 - 99999 )
DISPLAY
Met behulp van de parameter DISPLAY kunt u bepalen of bij ingave van
gegevens de reeds aanwezige (oude) waarde of eventueel de standaard waarde
op het scherm afgebeeld moet worden. Mogelijke waardes zijn:
- niet tonen oude waarde (oude werkwijze)
- alleen oude waarde tonen in programma ONDERHOUD RELATIES
- oude waarde tonen in elk programma binnen module RELATIEBEHEER
Terug naar relatiebeheer menu