In dit hoofdstuk wordt behandeld hoe men een scherm toevoegt. Het hele proces
van idee tot uitvoering komt hierbij aan de orde. Op deze manier wordt gepoogd
om de samenhang tussen de verschillende onderdelen van Relatiebeheer duidelijk
te maken. Het nieuwe scherm krijgt als schermnummer 850. Dit
nummer wordt ook op andere plaatsen toegepast, zoals binnen tabelnummer en
attribuutnummers; niet omdat dit verplicht is, maar om aan de lezer duidelijk
te maken dat de gegevens met elkaar te maken hebben.
- Het idee
Stel dat men het idee heeft om meldingen van relaties te bewaren, zodat
men kan zien welke relatie iets te melden had, wat men te melden had
en hoeveel tijd het kostte om al die meldingen af te te handelen. Om zoiets
binnen Relatiebeheer te realiseren, moet men de relatie minimaal van een
extra scherm voorzien, waar men dit soort gegevens invoert, en van een
bestand, waarin de ingaves worden opgeslagen.
- Bepaal de gewenste schermsoort(en)
Relatiebeheer kent verschillende soorten schermen.
Het is van belang om het goede type te kiezen, anders loopt men later
tegen beperkingen op en moet men opnieuw beginnen. Vragen die van belang
zijn bij het maken van de keuze zijn o.a. de verhouding tussen relatie en
gewenste gegevens, bijvoorbeeld 1 : 1 of 1 : n, de gewenste beveiliging en of
men de gegevens altijd wenst te zien. Voor het afhandelen van de meldingen
zijn de volgende keuzes gemaakt:
- Er is een 1 : n verhouding, met andere woorden per relatie moeten
meerdere meldingen bijgehouden worden. Men kan zodoende kiezen uit
een agenda- of een subscherm. Aangezien de meldingen prima met datum
en tijd als subsleutel kunnen fungeren, is voor een subscherm gekozen.
- Vaak wordt binnen Relatiebeheer een scherm gebruikt voor aanvullende
stamgegevens van de debiteur. Het agendascherm zou daarin kunnen worden
opgenomen. In dit geval is daar niet voor gekozen. Er wordt een nieuw
scherm gebruikt om het agendascherm in op te nemen. Zo ziet men bij
de aanvullende stamgegevens niets van de meldingen en kan
eventueel een afwijkende schermbeveiliging voor de meldingen gebruikt
worden.
Er zijn in dit geval dus een scherm en een subscherm nodig. Het aanmaken van
het scherm stelt niet zo veel voor, omdat er alleen een subscherm attribuut
op komt te staan. Het subscherm zal meer attributen bevatten.
- Bepaal welke gegevens nodig zijn
De eerste stap is om te bedenken welke gegevens men allemaal vast wil
leggen. Datum en tijd worden automatisch gebruikt, omdat het om een
agendascherm gaat, dus blijft bijvoorbeeld over het volgende lijstje met
toekomstige attributen:
- Code melding
- Code afhandeling
- Opmerking
- Bestede tijd
- Berekende tijd
- Maak tabellen aan als men nieuwe kodes nodig heeft
Bekijk of men die toekomstige attributen altijd vrij mag verzinnen,
of dat er attributen zijn waarbij controle door het systeem
gewenst is. In deze reeks zijn bijvoorbeeld twee kodes opgenomen voor melding en
afhandeling. Men kan wat kodes op papier zetten en er op vertrouwen dat
iedereen zich altijd tot die kodes beperkt. De praktijk leert helaas dat
men bij het intikken van kodes wel eens fouten maakt. Daarom is het
handig als men deze kodes in het systeem kan opslaan. Dit is mogelijk
door gebruik te maken van tabellen, met daarin de kodes plus hun
omschrijving. In dit voorbeeld worden beide soorten kodes in dezelfde tabel
opgeslagen. Men kan zich dan beperken tot het aanmaken
van één tabel.
Men kan natuurlijk ook redeneren dat de hele codes overbodig zijn als
men een tekstveld van grotere lengte gebruikt, waarin elke
gebruiker zijn of haar verhaal kwijt kan. Die denkwijze heeft als
voordeel dat men het werken met tabellen achterwege kan laten, maar
het wel gebruiken van kodes kent meer voordelen.
Met kodes kan men meldingen groeperen en kan men achteraf bijvoorbeeld
overzichten maken op het soort melding of oplossing. Verder zijn kodes
korter en dus sneller in te tikken en is er minder ruimte nodig voor
opslag op de schijf, hoewel dit laatste - ik geef het toe - bij de
huidige generatie harde schijven nauwelijks nog als voordeel meetelt.
- Maak attributen aan
Bekijk per attribuut welke noodzakelijke eigenschappen
dit moet bezitten. Het
kan geen kwaad als men dit in eerste instantie eens op papier doet.
Niet alle mogelijke eigenschappen van een attribuut zijn altijd even
interessant. Veelal kan men zich beperken tot de onderstaande reeks:
- Attribuutnummer
- Attribuutsoort
- Datatype
- Lengte
- Formaat
- Verplicht
- Standaardwaarde
- Functie
Als men eenmaal bepaald heeft welke waarde voor deze eigenschappen bij
elk attribuut moeten worden ingevuld kan men de attributen aanmaken:
opslag en presentatie -> attributen
Hieronder ter illustratie een schermafdruk van zo'n ingevuld attribuut.
01. attribuutnummer : 5850.01
02. schermtekst : Meldingscode
03. colomlabel : Meldingscode
04. toelichting : Geef hier een geldige meldingscode in
05. soort : I
06. datatype : A
07. lengte : 6
08. formaat : H
09. ingave masker :
10. print masker :
11. verplichte ingave : J
12. wijzigen toegestaan : J
13. standaard waarde :
14. toegestane waarden :
15. funktie : [TABEL"850"]
16. eigenaar (bestand) :
17. audit trail : N
18. label :
- Maak een invoerscherm
Nu de te gebruiken attributen bekend zijn, kunnen deze gebruikt worden om
het scherm op te bouwen.
opslag en presentatie -> beeldschermindelingen
Hieronder een deel van het scherm dat tijdens het bouwen wordt gebruikt. U ziet dat
niet elk veld gebruikt hoeft te worden, zo worden de velden 4 en 5 hier overgeslagen.
01. schermnummer : 850 02. relatiegroep : 00
03. naam : Onderhoud meldingen
04. : 05. :
06. Meldingen : 5850.00 07. :
- Maak meldingen aan
Het kan zijn dat u bij het oproepen van een relatie automatisch terechtkomt
in het zojuist aangemaakte meldingenscherm, maar dat is onwaarschijnlijk.
Meestal begint ONDERHOUD RELATIES met het eerste
scherm dat kan worden gevonden. Dat is het scherm met het laagste nummer,
dus 850 komt daar niet zo snel voor in aanmerking. Zoals u wellicht weet
kunt u vanuit relatiebeheer makkelijk het scherm van uw keuze oproepen.
Alle verschillende manieren waarop dat kan, staan beschreven in
INFORMATIE RELATIES. Daar kunt u lezen hoe u een
scherm naar keuze met 'B' op kan roepen. U kunt dus naar het meldingenscherm
toespringen via 'B850'.
- En hoe nu verder...
U bent nu in staat om meldingen aan te maken en u kunt in hetzelfde scherm
ook zoeken naar reeds aanwezige meldingen en die oproepen. Daarnaast kunt
u nu overzichten gaan maken met de overzichten generator. Helaas zit hierbij
een addertje onder het gras:
Het is binnen relatiebeheer onmogelijk om de subsleutels van
sub- en agendaschermen ook te gebruiken op een overzicht. Die subsleutels (bij een agendascherm
bestaande uit datum en tijd) zijn namelijk geen attributen.
Daarom kunnen ze niet in een SQL opdracht worden gebruikt en al evenmin
op een overzicht worden afgedrukt. Als men wel de datum en/of tijd op het
overzicht wenst te zien, zal men dus zelf attributen voor datum en/of tijd
moeten maken en in het agendascherm moeten plaatsen. Deze oplossing is helaas
niet fraai, omdat men dan per agendascherm gegevens dubbel in moet geven.
Voor het hier gebruikte voorbeeld kan men waarschijnlijk wel volstaan met de aanmaak
van een attribuut voor de datum, de tijd is minder belangrijk.
Een datumattribuut is in dit geval handig, zelfs als
men geen datum op het overzicht wenst af te drukken, omdat men kan het ook gebruiken bij de
selectie en/of sortering van de af te drukken gegevens. Denk bijvoorbeeld aan een overzicht
met een selectie op de meldingen in een bepaalde maand. Geluk bij een ongeluk is dat Relatiebeheer
een datumattribuut via TODAY makkelijk van een zinnige defaultwaarde kan voorzien.
Voor alle duidelijkheid : als u besluit dit voorbeeld aan te passen en een datumattribuut te
gebruiken, dan moet het op het agendascherm
terechtkomen. Het attribuutnummer wordt daarom 5850.nn, waarbij u de waarde van nn zelf mag invullen,
mits het maar geen 0 is en maximaal 15 is. Verder moet u natuurlijk niet het volgnummer van een
reeds bestaand attribuut op het subscherm kiezen.